Sparen of aflossen op je hypotheek: zo maak je de vergelijking
· 4 min lezen · Redactie Spaarradar
Extra aflossen bespaart hypotheekrente, sparen houdt je geld vrij. Zo vergelijk je je hypotheekrente na renteaftrek met de spaarrente van nu, met een rekenvoorbeeld en de punten waar geen rekensom tegenop kan.
Je hebt spaargeld over en een hypotheek. Dan komt de vraag vanzelf: laat ik het op de spaarrekening staan, of los ik er een stuk hypotheek mee af? Het antwoord is deels een rekensom en deels een kwestie van vrijheid. Dit artikel helpt je bij allebei. Het is geen advies: jouw hypotheek, je inkomen en je plannen bepalen de uitkomst.
De rekensom in het kort
Aflossen levert je de hypotheekrente op die je niet meer betaalt. Sparen levert je spaarrente op. Je vergelijkt dus twee percentages, maar niet de twee die je het eerst te binnen schieten.
- Aan de hypotheekkant telt de rente ná renteaftrek. Mag je je hypotheekrente aftrekken, dan krijg je een deel terug via de belasting. Los je af, dan betaal je minder rente, maar krijg je ook minder terug. Je echte besparing is dus lager dan je hypotheekrente. Of en hoe lang je recht hebt op aftrek, staat bij de Belastingdienst.
- Aan de spaarkant telt de rente die je echt kunt krijgen, niet die van de bank waar je toevallig zit. De hoogste vrij opneembare rente is nu 3,03%, een deposito van een jaar geeft tot 3,40%, en de grootbanken blijven steken op 1,85%.
Een rekenvoorbeeld
Stel, je hebt € 20.000 over. Je hypotheekrente is 3,60% en je kunt sparen tegen 2,40%. We nemen aan dat je via de renteaftrek 35% van je betaalde hypotheekrente terugkrijgt.
| Aflossen | Sparen | |
|---|---|---|
| Rente | 3,60% hypotheekrente | 2,40% spaarrente |
| Bruto per jaar | € 720 minder rente betaald | € 480 rente ontvangen |
| Minder terug van de belasting (35% van € 720) | € 252 | n.v.t. |
| Netto per jaar | € 468 | € 480 |
Op het eerste gezicht wint aflossen ruim: 3,60% tegen 2,40%. Na de renteaftrek is het verschil vrijwel weg. Zonder renteaftrek, bijvoorbeeld bij een deel van de lening waarvoor je geen aftrek hebt, zou aflossen in dit voorbeeld € 240 per jaar meer opleveren dan sparen.
Alle percentages in dit voorbeeld zijn verzonnen, ook de 35%. Welk deel jij terugkrijgt hangt af van je inkomen en van de regels van dat jaar. Vul je eigen cijfers in. De spaarrentes van dit moment staan hieronder.
Wat de rekensom niet laat zien
Afgelost geld zit vast in je huis
Dit is het grootste verschil. Spaargeld kun je morgen opnemen. Geld dat je hebt afgelost, krijg je alleen terug door je huis te verkopen of opnieuw te lenen, en dat laatste kost geld en is niet gegarandeerd. Los daarom nooit af met geld dat je buffer is. Hoe groot die moet zijn, lees je in hoeveel spaargeld heb je nodig als buffer.
De spaarrente is variabel, je hypotheekrente meestal niet
Je hypotheekrente staat vaak jaren vast. Een vrij opneembare spaarrente kan elke maand veranderen. De vergelijking van vandaag kan er over een jaar anders uitzien. Met een deposito leg je ook de spaarkant vast; het verschil lees je in spaarrente vast of variabel.
Belasting in box 3
Spaargeld telt mee voor je vermogen in box 3. De schuld voor je eigen woning valt daar niet onder. Wie met spaargeld aflost, verlaagt dus zijn box 3-vermogen. Of dat voor jou iets uitmaakt, hangt af van je totale vermogen en je situatie. Wij rekenen dat niet voor; kijk daarvoor bij de Belastingdienst.
Lagere maandlasten of een kortere looptijd
Na een extra aflossing dalen je maandlasten, of je bent eerder klaar. Wat er precies gebeurt, verschilt per hypotheekvorm en per geldverstrekker. Soms daalt ook je renteopslag, omdat je schuld kleiner wordt ten opzichte van de waarde van je huis. Vraag dat na.
Let op de boetevrije ruimte
Je mag niet onbeperkt aflossen. De meeste geldverstrekkers staan per kalenderjaar een deel boetevrij toe, meestal 10 tot 20 procent per jaar, afhankelijk van je geldverstrekker. Los je meer af, dan kan er een vergoeding gelden. Hoe die vergoeding werkt, legt de AFM uit. In een aantal situaties, zoals bij verkoop van je huis of aan het eind van je rentevaste periode, is aflossen meestal wel boetevrij. De precieze regels staan in je hypotheekvoorwaarden.
Een volgorde die vaak werkt
- Eerst de buffer. Vrij opneembaar, tegen de hoogste rente die je kunt vinden op vrij opneembaar sparen.
- Dan geld dat je binnen een paar jaar nodig hebt. Een verbouwing, een auto, een studie. Dat los je niet af. Een deposito met een passende looptijd kan wel.
- Wat overblijft, vergelijk je. Hypotheekrente na aftrek tegen de spaarrente die je echt krijgt. Wat een percentage over meerdere jaren doet, zie je met spaarrente berekenen.
- Je hoeft niet te kiezen. Een deel aflossen en een deel sparen kan ook. Het mag ook meewegen dat een lagere schuld je rust geeft.
Dit artikel is algemene informatie en geen financieel advies. Een hypotheekadviseur kan de som maken met jouw lening, je inkomen en de fiscale regels van dit jaar.
Geen advies. Rentes zijn bruto en kunnen wijzigen; de tabellen in dit artikel tonen de stand van het moment waarop je de pagina opent. Hoe we rekenen en controleren staat in de methodologie.